Weg met het papieren boek, leve het verhaal
by Erwin Boogert

De basis van het concept ‘boek’ ligt in het vertellen van verhalen. Niet in het kappen van bomen om papier te kunnen bedrukken. Heel vroeger, toen we nog echt biologisch aten, was het vertellen van een verhaal een kunst. De zogeheten orale traditie. Weinigen beheersten de vertelkunst goed. De bekwame sprekende en zingende woordkunstenaars van die tijd reisden van stad naar stad en van hof naar hof met koekjes voor de oren. Ze stonden garant voor avonden vol vermaak bij de toehoorders.
Tót de boekdrukkunst kwam. Toen begon de ellende. Het vertellen van verhalen werd gedemocratiseerd. Iedereen met toegang tot een drukpers kon de woordkunstenaar uithangen. Vertellen was geen kunst meer. En regenwouden moesten sneuvelen om boekenkasten, printers en kattenbakken te vullen.
Eerder betoogde ik al dat het einde van het papieren boek nadert. In zijn column vandaag in het FD (alleen abonnees) stelt Joost Steins Bisschop ook dat het concept ‘verhaal’ in de afgelopen eeuwen onterecht synoniem is geworden met het papieren boek:
“(…) En als ik (…) schrijf dat ik dat boek wil lezen bedoel ik dat ik de gedachten van de schrijver tot me wil nemen.
Het boek is dood, leve het boek, de krant is dood, leve de krant, leve de deelbaarheid van de gedachte. De boekenzaak is hemelend, leve de verhalenwinkel.
Het verhaal zit overal, in het haarvat van een gesprek, het is de stut van een denkwereld. En nog nooit had het verhaal zoveel mogelijkheden om lezers te bereiken. Als stuifsneeuw vindt het zijn weg, om uiteindelijk neer te slaan, in welke vorm dan ook.
Ja, natuurlijk ook als boek (…)”
Al klikkend door Youtube hoorde ik in deze discussie een leuke opmerking van een verhalenverteller. De man draagt oud Engelse teksten voor, onder meer Beowulf. Dat is een gedicht c.q. verhaal van ergens tussen de achtste en elfde eeuw na Christus. Het is een van de oudst bekende verhalen die in het oud Engels op schrift zijn gesteld (voor mij waren dit soort Engelse oerteksten ooit voer voor tentamens). Beowulf is afkomstig uit mondelinge overlevering. Een papieren verhaal dus uit de orale traditie.
De verhalenverteller over de gedrukte vorm: hij voelt zich “trapped in a book“. De literaire wereld op zijn kop, want hij ziet het geschreven woord als belemmerende uitingsvorm en niet als een bevrijdende.
Tien eeuwen later kan Beowulf ons nog steeds lesjes leren. Aspirant boekenschrijvers doen er vandaag de dag verstandig aan om boeken niet meer te zien als gedrukte verhalen van de eerste hoofdletter tot de laatste punt. Dat scoort aantoonbaar niet. Bovendien is het een belediging van de digitale uitingsvormen die schrijvers nu ter beschikking staan. Binnenkort circuleren er in Nederland immers miljoenen digitale dragers in de vorm van tabs en pads. De knappe, kundige vertellers van vandaag creëren verhalen met tekst, audio, video, GPS-antenne, camera, bewegingssensor, et cetera.
Ik luister graag (ook naar tips trouwens).
Foto: Geoffrey Fairchild (cc)